Roofvogels voor plaagdierbeheersing

Het aantrekken van roofvogels voor plaagdierbeheersing

Biologische plaagdierbeheersing gaat bij ons verder dan de reguliere technieken. Wij geloven in het herstellen van de biodiversiteit op een bedrijf. Door de flora en fauna voorzieningen op een veehouderijbedrijf te verhogen is het mogelijk om muizen en ratten te weren en vliegen te bestrijden. Hoe meer insecten, hoe meer vogels. Hoe meer vogels, hoe meer roofvogels. Deze roofvogels zullen op hun beurt de populatie muizen en ratten op uw bedrijf aanzienlijk verminderen. Voor een uitleg over het gehele bestrijdingsplan van de toekomst klik hier, voor een uitleg over de rol van biodiversiteit lees dit artikel.

In het nieuwe APC plan van de toekomst bestaat de buitenste laag van “het schild” om een agrarisch bedrijf uit het aantrekken van roofvogels en het zaaien van snijdende grassen. Hoe trekt u roofvogels aan en wat is de rol per roofvogel?

De steenuil:

Steenuilen jagen o.a. op muizen en maken hun nesten in knotwilgen en oude fruitbomen. Doordat er steeds minder van deze bomen zijn is het lastig voor hen een broedplaats te vinden. Door het plaatsen van deze nestkast draagt u een steentje bij aan het op peil houden van het aantal steenuilen. Plaats een nestkast in een boom zodat er voldoende beschutting is voor de steenuil. Voor een nog beter effect: Vul de nestkast met een laagje bosgrond of turf en hang deze op minimaal 2 meter hoogte op in een boom op een tak (in het verlengde van de tak).

Kerkuil:

De kerkuil jaagt ‘s nachts door kort boven de grond te vliegen en de grond af te speuren naar voedsel. Op het menu staan vooral knaagdieren (muizen en zelfs ratten), maar ook vleermuizen en kleine vogels. De kerkuil jaagt in open gebieden als akkers en weilanden. U krijgt hem ‘s nachts vaak te horen, maar niet gauw te zien. Kerkuilen maken vaak dankbaar gebruik van een nestkast mits deze goed is opgehangen en geplaatst. De kast hoort te hangen binnen in schuur, stal, zolder, het liefst op een rustige, donkere plek. Wanneer de kerkuil zich heeft gevestigd verandert hij nooit meer van leefgebied.

De torenvalk:

Een torenvalk eet vooral veldmuizen. Hij vangt er gemiddeld zo’n 3 á 4 per dag. Als er weinig muizen zijn, jaagt de torenvalk ook op andere dieren. Bijvoorbeeld sprinkhanen, kikkers of zelfs jonge ratten en soms mussen. De nestkast van een torenvalk moet op een hoogte van circa 6 meter boven de grond komen hangen. Doordat de vogel graag uitzicht heeft bijvoorkeur met de opening richting een open weiland, grasland, akkerland of bij braakliggende grond.

Zwaluw:

Per seizoen vangt één Boerenzwaluw 500.000 vliegende insecten! Een zwaluwgezin met gemiddeld twee legsels ruimt minstens vijf miljoen insecten op! De Boerenzwaluw broedt als enige zangvogel het liefst binnen en geeft de voorkeur aan relatief kleine, beschutte ruimten*. Het hulpplankje of kunstnest moet op een min of meer “verborgen” plaats worden opgehangen, liefst in het schemerdonker vanwaar de zwaluwen naar het licht van een open deur of open raam kunnen kijken.

Mussen:

Het menu van de huismus bestaat uit zaden, granen, insecten, bloemknoppen, brood, bessen, pinda’s en vetbollen. Maar in de broedtijd voornamelijk insecten. De huismus is een uitgesproken standvogel; er is heel weinig trek, in zowel voor- als najaar. Een mus zoals de huismus stelt een rommelige menselijke omgeving op prijs, met struikgewas, schuren, weilanden met vee, gemorst graan en zo verder.

Mezen:

Zodra de eieren van mezen uitgekomen zijn, begint het voeren van de jongen door beide ouders. U ziet de mezen dan af en aan vliegen met rupsen, spinnen, vlinders en andere insecten. Tijdens de nestduur zullen de mezen circa 5 duizend (!) insecten vangen voor de jongen. Pimpelmezen eten daarnaast ook rupsen. Eén koppel pimpelmezen brengt per dag zo’n 700 rupsen naar het nest voor de jongen. Hang de nestkast bij voorkeur zo op dat hij naar het noordoosten is gericht. Dan hangt hij beschut tegen de wind die bij ons meestal uit het zuidwesten komt. Bovendien wordt het in de nestkast dan ook niet te warm, wat wél het geval is als u de invliegopening naar het zuiden richt.

Vleermuizen:

Om in leven te blijven moeten vleermuizen elke nacht tot de helft van hun lichaamsgewicht aan insecten vangen. Op een warme avond kan een vleermuis wel 3000 muggen, motjes en andere insecten uit de lucht plukken. Voor het verbeteren van de biodiversiteit alswel het bestrijden van insecten kan er een vleermuizenkast worden opgehangen. Afhankelijk van de locatie trekt u dan bepaalde vleermuizen aan. Denk aan de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis,rosse vleermuis, bosvleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, brandts vleermuis.

Overige maatregelen in de buitenste schaal van het schild.

Naast het aantrekken van roofvogels kunt u de omgeving aantrekkelijk maken door het aanleggen van een schelpenpad, het zaaien van bepaalde snijdende grassen en kruiden met bedreigende geuren.